Het idee om een compact en handzaam toetseninstrument te bouwen is bepaald niet nieuw. Al in de 17e eeuw bestonden er instrumenten als het klavichord; een kleinere, stillere variatie op het klavecimbel die ideaal was voor kleinere ruimtes.
De eerste electrische piano’s kwamen in de jaren ’60 op de markt. Zowel de Fender Rhodes als de Wurlitzer waren electromechanische piano’s. Deze klonken totaal niet als een ‘echte’ piano, maar hun unieke sounds werden al gauw onmisbaar in de popmuziek. Tot op de dag van vandaag zijn Rhodes en Wurlitzer sounds zéér populair.
In de jaren daarop begonnen bedrijven als Yamaha te experimenteren met electronica. De CP70 was een electrische piano die op een vergelijkbare manier werd versterkt als een electrische gitaar, dus met elementen. Deze instrumenten moesten nog steeds per vrachtwagen worden vervoerd en klonken ook niet bepaald als een echte piano. Toch is ook deze klank zeer herkenbaar in diverse genres. Peter Gabriel staat er bijvoorbeeld bekend om.
De echte doorbraak volgde in 1985, toen uitvinder Raymond Kurzweil in samenwerking met Stevie Wonder de Kurzweil 250 op de markt bracht. Dit was de eerste piano die samplingtechniek gebruikte om pianogeluiden te produceren. En zo was de digitale piano geboren.
De digitale (stage)piano van vandaag werkt in basis nog steeds op hetzelfde principe, maar is een stuk geavanceerder geworden. Doorbraken in de computertechnologie hebben ervoor gezorgd dat moderne digitale piano’s krachtige machines zijn met talloze hoogwaardige klanken aan boord. Daarbij zijn klavieren in die jaren doorontwikkeld tot geavanceerde mechanieken met hamers, gewichten en sensoren om een uiterst realistisch speelgevoel te realiseren.
Stage piano’s bieden tegenwoordig ook allerlei andere functionaliteit. Met MIDI verbindingen, de mogelijkheid om het keyboard op te splitsen in meerdere zones, diverse controllers en pedaalaansluitingen, dient de moderne stage piano vaak als het middelpunt van het gehele instrumentarium.
Hoeveel van deze functionaliteit aanwezig is, alsmede de kwaliteit van klank en klavier, zijn natuurlijk afhankelijk van het model dat u op het oog heeft. In de regel geldt dat hogere prijsklassen meer te bieden hebben dan lagere.
Polyfonie beschrijft het maximale aantal klanken die een digitale piano kan weergeven. Digitale instrumenten worden –net als computers- gelimiteerd door de rekencapaciteit van de processor en het aanwezige geheugen. Hoe meer klanken tegelijk moeten worden weergegeven, des te meer rekenkracht er nodig is. In de specificaties van een digitale piano ziet men vaak een polyfonie-opgaaf van 32, 64, 128 of 256 stemmen. In eerste instantie lijkt dat wat overdreven –een mens heeft immers maar 10 vingers- maar schijn bedriegt! Veel piano’s gebruiken stereo-samples, waardoor elke gespeelde noot 2 stemmen van de polyfonie vereist. Op het moment dat u het sustainpedaal ingetrapt houdt en meerdere noten speelt, stapelen de stemmen zich in rap tempo op. Daarbij worden ook nog stemmen gebruikt voor bijgeluiden zoals het pedaalmechaniek, of ‘release samples’- de geluiden die klinken wanneer men een toets los laat. Piano’s met een hogere polyfonie kunnen meer van dit soort klanken tegelijk weergeven, wat een hoger realisme tot gevolg heeft.
Polyfonie beschrijft het maximale aantal klanken die een digitale piano kan weergeven. Digitale instrumenten worden –net als computers- gelimiteerd door de rekencapaciteit van de processor en het aanwezige geheugen. Hoe meer klanken tegelijk moeten worden weergegeven, des te meer rekenkracht er nodig is. In de specificaties van een digitale piano ziet men vaak een polyfonie-opgaaf van 32, 64, 128 of 256 stemmen. In eerste instantie lijkt dat wat overdreven –een mens heeft immers maar 10 vingers- maar schijn bedriegt! Veel piano’s gebruiken stereo-samples, waardoor elke gespeelde noot 2 stemmen van de polyfonie vereist. Op het moment dat u het sustainpedaal ingetrapt houdt en meerdere noten speelt, stapelen de stemmen zich in rap tempo op. Daarbij worden ook nog stemmen gebruikt voor bijgeluiden zoals het pedaalmechaniek, of ‘release samples’- de geluiden die klinken wanneer men een toets los laat. Piano’s met een hogere polyfonie kunnen meer van dit soort klanken tegelijk weergeven, wat een hoger realisme tot gevolg heeft.
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een data-overdrachtsprotocol, waarmee digitale informatie over toonhoogte, toonlengte, aanslagvolume, klanktype etc. kan worden overgedragen tussen instrumenten en/of een computer. Meer informatie hierover vindt u in de online raadgever over keyboards. Vele digitale piano's beschikken over MIDI aansluitingen, doorgaans een in- en uitgang die respectievelijk als 'MIDI in' en 'MIDI out' gekenmerkt worden. Daarmee kunt u andere toetseninstrumenten aansluiten, of een computer met sequencersoftware. Ook muzieknotatieprogramma's ondersteunen het MIDI-protocol. Soms wordt MIDI zelfs gebruikt om geluiden te downloaden, zeker als een instrument niet van een USB-aansluiting is voorzien.
Wanneer u een digitale piano uitzoekt, is het goed om erop te letten dat alle knoppen, schuiven en andere besturingselementen makkelijk te bereiken zijn tijdens het spelen. Kunt u bijvoorbeeld makkelijk de geluiden wisselen? Zijn er directe knoppen om effecten te bedienen, of zitten die functies achter een ingewikkelde menustructuur verstopt? Een Elektronische piano is in feite een computer, ontworpen door hardware en software engineers. Helaas vergeten die nog wel eens, dat de gemiddelde muzikant liever niet de hele dag zit te programeren. Let er dus in elk geval op, dat het gene wat u wilt doen met uw instrument, goed en gemakkelijk gaat tijdens het spelen!
Een arranger maakt het mogelijk om u tijdens uw spel te laten begeleiden door meerdere instrumenten. Deze functie vindt men voornamelijk op keyboards, maar komt ook op sommige digitale piano's voor. Hiermee kan men met een simple druk op een knop een gehele band, of geheel orkest imiteren, in diverse ritmes en stijlen naar keuze.